Dichter van Terschelling 2018-2019 , 2019-2020

Op  26 mei 2018 tijdens “Dichter bij Zee” werd ik benoemd tot “Dichter van Terschelling” en dat is natuurlijk een hele eer!

(Op die avond droeg ik het gedicht “Dellewal” voor.  )

Dellewal

als je er staat op het duin

en je ziet het wad,

of je vaart op het wad

en je ziet het duin –

het is een gevoel, niet in geld te betalen.

soms, in de mist, soms, in verhalen

komen de beelden, de mensen, terug.

als je er bent, of er naartoe gaat:

zie het schip, zie de baai.

niets hoeft het te kosten,

niets te verdienen. het is van een ieder.

het hoeft niet zo vlug

de tijd heeft de toekomst.

het hoeft niet zo duur –

je wilt toch altijd terug.

Vermist

Vermits de hoorn het meldde was het duidelijk: het mistte.

Je vergiste je dus zelden.  Je hoorde wat je niet kon zien.

Maar nu mis ik de hoorn al even, hoe moet ik weten

wat ik zie? Die misthoorn hoorde bij het leven.

De misthoorn doet het niet!  Ik mis dat klagende geluid,

dat onheilspellend oergetoeter,

Alsof een vloot met Vikingen zo opdoemt uit de nevelen.

Nu denk ik: Is het mijn staar of een beslagen ruit?

En schepen: zoeken die het dan maar uit?

Waar is de misthoorn toch gebleven?

Hij wordt vermist, de reden blijft

door sluiers damp omgeven.

Nakend Oerol

Jango Edwards slingerde zijn zaakje rond

in de tent op ‘t Geiteweitje, en ijle Japanse danseressen

leken verslonden in de nacht.

Wij keken met verbazing, die eerste keer in tweeëntachtig,

zoveel huid en haar hadden wij niet verwacht.

De toren waakte over ons dus waren we gerust, maar toch.

Wat was het koud,  geen weer om bloot de duinen af te dalen,

maar mooi, dat wel, die stoet van beelden en verhalen,

je kon nog alles zien en horen.

Nu is het Oerol alweer nakend. Met goede moed

en  vol verwachting stappen jonge mensen op de boot, net als

artiesten met hun doodsverachting en muziek.

Het Oerol naakt,  geeft zich bloot en komt op  gang.

Publiek begint alvast te zoeken naar locaties.

De toren waakt, zoals de toren altijd doet.

 

Noordsvaarder (na Oerol)

Na Oerol waait het hier weer stil

en is het zoals toen.

De kuilen die de Duitser groef,

ze zijn allang verdwenen.

Toch zie ik nog zijn benen en zijn schep.

Een jonge man, hij was er druk mee,

en bleef het heel de Urlaub doen,

het was voor zijn gezin:

een veilig stukje Heimat

in een nog vijandig land.

Ik zie een oude man nabij de duinen,

het kan de Duitser zijn, dan

is hij in de tachtig.

Hij staart naar al dat zand,

diep in gedachten, moe, zijn schouders droef.

De kuilen die hij groef,  zijn,

net als vrouw en kinderen, verdwenen.

Na Oerol waait het hier weer stil

en lijkt het net als toen.

Poem for Springtij symposium Terschelling 28 September 2018

Last will

On high ground in evening light, how nice,
the sea before me seems so undisturbed –
Terschelling island waiting for the night.
Not much is wrong here, the lighthouse beams
shine over quiet waves.
A legacy of ebb and flow,
the scene I want to pass on
to my children’s children in my will.
This gift of nature,
a dream to start my night with,
in pink and orange wrappage. Will it be mine to give?

Then, seagulls, trapped and dead in bright
blue nylon, wash ashore and start to be part of a nightmare.
More and more the rising sea proves to be
a giant bowl of plastic soup.
Unsavory. Unprecedented. Ugly, made of useless nonsense
like 60 years of waste, my life, in balloons, bubble gum and bags.

The wind is howling now and disapproves.
I close my eyes. I do not want the day to end like this.
When I wake up the demons of the night have washed themselves away.
A seabird screams and leaves, the sea, a mystery again,
waits for the new tide to repeat,
a little higher every day her movements,
giving back to us all the nasty spillage of her human vomit,
leaving us our home made killing legacy.

Mijn zilte bries (bij de opening van Kunst in de Kerk, Midsland, 15 oktober 2018)

Mijn zilte bries

 

vergeten drijft een wolk voorbij,

de lucht waait over vroeger.

het komt niet terug wat is gedaan,

de horizon blijft evengoed een lijn van niets

als een doel dat nooit bereikt wordt

en hier aan zee ligt urenlang het strand vóór mij

om te begaan en verderop te raken.

 

dit eindigt niet al ben je weg,

een zilte bries fluistert je naam, je ziel komt naderbij.

de wolk lost op en drijft zijn weg.

ik zie je staan: een trilling op het strand, meer niet,

de verschijning komt in golven,

maar een droom waarin jij  spreekt, en níet bent vergeten.

niets blijft maar alles fluistert voort,

in schelpen die nu openstaan.

 

ik weet hier drenkelingen van gezonken schepen,

bedolven, dood;  elders  deed hun leven  er wel toe.

een jonge meeuw, al wees en schreeuwend, zwijgt als je verdergaat,

ook hij beseft dat je bent doorgegaan.

mijn zilte bries, zomaar ontstaan,

waait  stilaan verder, maar heeft wel geweten

dat hij is gehoord. ook ik kan nu weer gaan.

 

voorbij is iets dat nooit voor mij eindigt

je ziel drijft weg op de golven

maar jij blijft elders leven.

wees mijn stil geweten

 Ook voor 2019-2020 mag ik me Dichter van Terschelling noemen.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: